Messiaanse profetische woorden...........en hun vervulling

Mozes

Handl. 3:19  Betert u dan, en bekeert u, opdat uw zonden mogen uitgewist worden; wanneer de tijden der verkoeling zullen gekomen zijn van het aangezicht des Heeren,

Handl. 3:20  En Hij gezonden zal hebben Jezus Christus, Die u tevoren gepredikt is;

Handl. 3:21  Welken de hemel moet ontvangen tot de tijden der wederoprichting aller dingen, die God gesproken heeft door den mond van al Zijn heilige profeten van alle eeuw.

Handl. 3:22  Want Mozes heeft tot de vaderen gezegd: De Heere, uw God, zal u een Profeet verwekken, uit uw broederen, gelijk mij; Dien zult gij horen, in alles, wat Hij tot u spreken zal.

Handl. 3:23  En het zal geschieden, dat alle ziel, die dezen Profeet niet zal gehoord hebben, uitgeroeid zal worden uit den volke.

Handl. 3:24  En ook al de profeten, van Samuel aan, en die daarna gevolgd zijn, zovelen als er hebben gesproken, die hebben ook deze dagen te voren verkondigd.

Handl. 3:25  Gijlieden zijt kinderen der profeten, en des verbonds, hetwelk God met onze vaderen opgericht heeft, zeggende tot Abraham: En in uw zade zullen alle geslachten der aarde gezegend worden.

Handl. 3:26  God, opgewekt hebbende Zijn Kind Jezus, heeft Denzelven eerst tot u gezonden, dat Hij ulieden zegenen zou, daarin dat Hij een iegelijk van u afkere van uw boosheden.  

In bovenstaande tekst zien we de oproep van bekering onder het het nieuwe verbond in Christus. Een oproep tot bekering zodat de zonden uitgewist mochten worden.

Tijden van verkoeling waren gekomen voor alle mensen en dit alles door Christus die tevoren gepredikt was. Hij was tevoren gepredikt onder het oude verbond, door alle profeten. Hij was degene over wie Mozes had gesproken, in de geschriften van de Joden was dit alles geprofeteerd.

Zo lezen we dan over de Christus die in het oude verbond was gepredikt, of met andere woorden geprofeteerd.

Christus is ontvangen in de Hemel tot de wederoprichting van alle dingen.

Deze tekst gaat daarna door om te schrijven dat Mozes over deze dagen hebben gesproken, maar niet alleen hij maar ook Samuel en hen die hem gevolgd zijn. Alle profeten hebben deze dagen verkondigd en over deze dagen gesproken.

Verder zien we dat Lukas hier een verslag geeft van de vroege gemeenten en dat Petrus hier spreekt aan hen uit de besnijdenis, de Joden, en hij spreekt tot hen dat Christus eerst aan hen gezonden was.
Dit zou ook zo blijven tot aan het 10de hoofdstuk van Handelingen waar de eerste Heiden tot een behoudend geloof in Christus komt.
Het geloof is eerst aan de Joden gepredikt en Petrus was het uitverkoren vat om dit werk te doen voor God. Hij was gekozen voor dit werk. (Gal. 2: 7)

Dus Petrus spreekt hier tot Joden en zegt dat alle profeten getuigd hebben over de grote Christus. Zelfs aan Abraham werd de belofte al gemaakt dat in zijn zaad alle geslachten der aarde gezegend zouden worden. 

In dit artikel willen we wat profetieën overdenken die uit de  boeken van Mozes komen.

De profetieën van Mozes worden gesproken ongeveer 1500 jaar voordat Christus komt en 900 jaar voordat het volk van Israel in ballingschap ging.

De eerste profetie die we vinden zien we in Gen. 3: 15

Gen 3:14  Toen zeide de HEERE God tot die slang: Dewijl gij dit gedaan hebt, zo zijt gij vervloekt boven al het vee, en boven al het gedierte des velds! Op uw buik zult gij gaan, en stof zult gij eten, al de dagen uws levens.

Gen 3:15  En Ik zal vijandschap zetten tussen u en tussen deze vrouw, en tussen uw zaad en tussen haar zaad; datzelve zal u den kop vermorzelen, en gij zult het de verzenen vermorzelen.  

Met deze woorden bracht God een oordeel over de duivel en gaf hoop aan onze voorvaderen door een belofte te maken dat het werk van de duivel gebroken zou worden.

Als de kop (kracht) van de duivel gebroken zou worden zou het de verzenen van het Zaad (Christus) vermorzelen.
We zien hier dat Christus zou gaan zegevieren over de duivel en in dat proces zou Christus zelf diepe pijn gaan verdragen. Maar Hij zou overwinnen.

Christus is het zaad dat verkondigd werd in deze belofte aan de aardsvader Abram. (Gal. 3: 16, 19, 29) Deze passages laten zien dat Christus het beloofde zaad is.

Gal 3:16  Nu zo zijn de beloftenissen tot Abraham en zijn zaad gesproken. Hij zegt niet: En den zaden, als van velen; maar als van een: En uw zade; hetwelk is Christus.  

Het beloofde zaad is Christus, in Hem werd deze profetie vervuld.
In Hem zijn alle geestelijke zegeningen gekomen. God heeft vijandschap gezet tussen de duivel en het zaad van deze vrouw,  Christus heeft het werk van de duivel gebroken aan het kruis. Christus heeft overwonnen.

We lezen dan in Hebr 2: 14, 15

Heb 2:14  Overmits dan de kinderen des vleses en bloeds deelachtig zijn, zo is Hij ook desgelijks derzelve deelachtig geworden, opdat Hij door den dood te niet doen zou dengene, die het geweld des doods had, dat is, den duivel;

Heb 2:15  En verlossen zou al degenen, die met vreze des doods, door al hun leven, der dienstbaarheid onderworpen waren.

Zo lezen we dat Christus de dood heeft teniet gedaan door zijn offerande aan het kruis en daardoor heeft Christus de dood weggenomen. Hij heeft overwonnen en getriomfeerd voor alle mensen. De duivel onttroond en Christus is koning geworden.
Zo lezen we ook dat Christus de dood heeft overwonnen en dat Hij de sleutels heeft van dood en Hades. (Openb. 1: 18)

Christus heeft overwonnen, Hij heeft geleden, is gestorven en zo zijn Zijn verzenen vermorzeld, maar daardoor is ons de overwinning geworden. De kracht van de duivel is gebroken. 

De tweede profetie zien we in Gen. 12

Gen 12:1  De HEERE nu had tot Abram gezegd: Ga gij uit uw land, en uit uw maagschap, en uit uws vaders huis, naar het land, dat Ik u wijzen zal.

Gen 12:2  En Ik zal u tot een groot volk maken, en u zegenen, en uw naam groot maken; en wees een zegen!

Gen 12:3  En Ik zal zegenen, die u zegenen, en vervloeken, die u vloekt; en in u zullen alle geslachten des aardrijks gezegend worden.

Hier zien we dat God een drie-voudige belofte maakt. Deze drie-voudige belofte betreft een land, een volk en een “in u zullen alle geslachten des aardrijks gezegend worden” belofte. 

De eerste twee van deze beloften, de land en volk belofte, zijn vervuld toen de natie uit Egypte geleid werd en in het beloofde land kwam (Neh. 9: 22- 23) de derde belofte heeft zijn vervulling gekregen door Christus.

We lezen dan ook in Gal. 3: 26- 29:

Gal 3:26  Want gij zijt allen kinderen Gods door het geloof in Christus Jezus.

Gal 3:27  Want zovelen als gij in Christus gedoopt zijt, hebt gij Christus aangedaan.

Gal 3:28  Daarin is noch Jood noch Griek; daarin is noch dienstbare noch vrije; daarin is geen man en vrouw; want gij allen zijt een in Christus Jezus.

Gal 3:29  En indien gij van Christus zijt, zo zijt gij dan Abrahams zaad, en naar de beloftenis erfgenamen.  

Door het geloof in Christus zijn we erfgenamen geworden van de belofte van Abraham en zijn we zijn zaad geworden.

We lezen ook in Gal. 3: 8 dat in Abraham het evangelie verkondigd werd. De zegening van Abraham is de gelovige ten deel gevallen.

De derde profetie in Gen. 49: 10

Gen 49:8  Juda! gij zijt het, u zullen uw broeders loven; uw hand zal zijn op den nek uwer vijanden; voor u zullen zich uws vaders zonen nederbuigen.

Gen 49:9  Juda is een leeuwenwelp! gij zijt van den roof opgeklommen, mijn zoon! Hij kromt zich, hij legt zich neder als een leeuw, en als een oude leeuw; wie zal hem doen opstaan?

Gen 49:10  De schepter zal van Juda niet wijken, noch de wetgever van tussen zijn voeten, totdat Silo komt, en Denzelven zullen de volken gehoorzaam zijn.

Gen 49:11  Hij bindt zijn jongen ezel aan den wijnstok, en het veulen zijner ezelin aan den edelsten wijnstok; hij wast zijn kleed in den wijn, en zijn mantel in wijndruivenbloed.

Gen 49:12  Hij is roodachtig van ogen door den wijn, en wit van tanden door de melk. 

Hier lezen we de woorden van een vader aan zijn kinderen.
Als Jacob dan bij Juda komt spreekt hij over de scepter die niet van Juda zou wijken totdat Silo komt en als deze Silo komt zouden de volken hem gehoorzaam zijn. 

Dan stellen we de vraag, wie is Silo?

De juiste betekenis van dit woord is onzeker maar wat we wel kunnen zeggen is dat het een beeld van de komende Christus. De tekst schrijft dan ook dat de schepter noch de wetgever van Juda niet zal wijken.

Christus is geboren uit Juda (Matt. 1: 2- 3) en deze Christus is koning geworden (Matt. 28: 18) en Hem zouden alle volken gehoorzaam zijn (Psalm 2: 8- 9)

Christus is de wetgever, Christus heeft alles in Zijn handen gekregen van de Vader (Fill. 2: 9- 11)

De vierde profetie vinden we in Deut. 18: 15

Deu 18:15  Een Profeet, uit het midden van u, uit uw broederen, als mij, zal u de HEERE, uw God, verwekken; naar Hem zult gij horen;

Deu 18:16  Naar alles, wat gij van den HEERE, uw God, aan Horeb, ten dage der verzameling, geeist hebt, zeggende: Ik zal niet voortvaren te horen de stem des HEEREN, mijns Gods, en ditzelve grote vuur zal ik niet meer zien, dat ik niet sterve.

Deu 18:17  Toen zeide de HEERE tot mij: Het is goed, wat zij gesproken hebben.

Deu 18:18  Een Profeet zal Ik hun verwekken uit het midden hunner broederen, als u; en Ik zal Mijn woorden in Zijn mond geven, en Hij zal tot hen spreken alles, wat Ik Hem gebieden zal.

Deu 18:19  En het zal geschieden, de man, die niet zal horen naar Mijn woorden, die Hij in Mijn Naam zal spreken, van dien zal Ik het zoeken.

Nadat Jezus met de vijf broden en twee vissen de complete menigte had laten eten zagen de mensen wie Jezus waarlijk was en zeiden, dit is waarlijk de profeet. (Joh. 6: 14)

Ook werd Christus herkend door Filippus:

Joh 1:44  (1:45) Filippus nu was van Bethsaida, uit de stad van Andreas en Petrus.

Joh 1:45  (1:46) Filippus vond Nathanael en zeide tot hem: Wij hebben Dien gevonden, van Welken Mozes in de wet geschreven heeft, en de profeten, namelijk Jezus, den zoon van Jozef, van Nazareth.

Ja, waarlijk de profeet was opgestaan en werd herkend, herkend voor wie Hij waarlijk was, de profeet waarvan Mozes in de wet had geschreven.

Christus was gekomen.

Handl. 7:37  Deze is de Mozes, die tot de kinderen Israels gezegd heeft: De Heere, uw God, zal u een Profeet verwekken uit uw broederen, gelijk mij; Dien zult gij horen.

Ook Stefanus sprak over de grote Christus als de profeet die verwacht werd en in Christus had deze profetie zijn vervulling gevonden. Hij vertelde hen die hem wilde vermoorden dat deze profeet, de grote Christus, deze was degene naar wie ze moesten horen. 

God had gesproken in de “laatste dagen” door de Zoon, (Hebr. 1: 2) naar Hem moesten ze gaan horen, Hij was degene door God beloofd, Hij was gekomen, heeft alles vervuld en nu was alles aan Hem overgeven. Alles is in de macht van Christus.

Copyright © 2019 Gert-Jan van Zanten · Webdesign by BinR
All Rights Reserved · webbijbel.nl
Hosted by VDX

 

Naar boven